John Crombez : “Een week toeren met John Garcia zou voor mij het opperste geluk zijn”

John Crombez is sinds anderhalve maand de nieuwe Sp.a-voorzitter als hij in het Cultuurcafé van de Grote Post in zijn thuisbasis Oostende de tijd neemt voor een twee uur durend openhartig gesprek over leiderschap en daarin ook de verhalen bovenhaalt die van hem gemaakt hebben wie hij is: een vrijdenker met een aantal diepgaande passies, waarvan de politiek misschien niet eens de belangrijkste is. Hij voelt zich naar eigen zeggen “goed maar moe”, “kijkt uit naar zoveel mogelijk voorstellingen van Theater aan Zee” en “is ervan overtuigd dat politiek over dertig jaar niet meer bestaat als we het blijven doen zoals nu”. Maar hij vertelt ook onverholen

over zijn grootmoeder, over inzichten, buikgevoel, padvinders en rock & roll
. En over hoe zijn antwoord op de vraag wat leiderschap voor hem inhoudt in enkele weken veranderd is.




Na het verschijnen van zijn boeken ‘Sterke Verhalen, Sterke Leiders’ en ‘RAAK!’ deed Raf Stevens vele interviews met leiders. Alle verhalen staan op www.rafstevens.be en op de blog www.watisjouwverhaal.be.

Meer info

Een inspirerende leraar

Op het katholieke Sint-Jozefscollege in Torhout maakte leraar Bruno Quintens in het vierde middelbaar van de humaniora meteen indruk op John Crombez. “Een kleine man die gezag en autoriteit uitstraalde, zonder dat hij er veel moest voor doen”, zegt de politicus. “Hij begon zijn eerste les met een moeilijk dictee en vroeg na enkele zinnen wie nog nul fouten had. Hij wist uiteraard dat niemand zijn vinger zou opsteken en zei dan onverstoord: “Ok, dan gaan we door.” Op die manier dwong die man onmiddellijk veel respect af.” Crombez wist na dat eerste dictee niet welke belangrijke rol de leraar uiteindelijk in zijn leven zou spelen. “Op het einde van het schooljaar was hij het die mij en twee medeleerlingen aanduidde om mee te gaan op een kamp om een grote groep volwassen mentaal gehandicapten te begeleiden. Ik had dat in principe wel kunnen weigeren, maar zag er wel iets in en ik moet zeggen dat de ervaringen die ik daar heb opgedaan eigenlijk voor een groot stuk de volgende 25 jaar van mijn leven hebben bepaald.”

Eigenlijk is dat het verhaal van vele helden: op een bepaald ogenblik moeten ze kiezen tussen ingrijpen en aan de zijlijn blijven staan.
Die keuze om iets te doen leidt tot de geboorte van helden. Het thema van het avontuur van de held wordt trouwens ook gebruikt in leiderschapstrainingen. De weg van de held is een metafoor voor mensen die zichzelf willen ontwikkelen. Angsten, die de weg naar de eigen kracht blokkeren, worden overwonnen. Het leerproces dat we als mens doormaken kunnen we zien als een reis die we maken door een onbekend gebied. Bij elke reis zijn er “helpers”, of ook wel mentoren. In het geval van John Crombez dus een leraar die hem gewoon aanduidde om mee te gaan op zomerkamp.

Interview John Crombez

Een onuitwisbare kampervaring

Tijdens de rest van het gesprek komt deze “kampervaring” herhaaldelijk terug, onder andere omdat hij er leerde “hoe groepen met elkaar omgaan in situaties van stress, blijdschap en conflict.” Gedurende tien jaar is hij nadien met hart en ziel die zomerbegeleiding blijven doen.

“En ik ben er zeker van dat ik ooit uit de politiek stap om iets in de zorgsector te gaan doen”
, verklaart hij met grote stelligheid. “Het is echt niet omdat ik nu partijvoorzitter ben dat ik de politiek als mijn levensdoel beschouw. Hoewel ik natuurlijk mijn verantwoordelijkheid zal opnemen, wil ik te allen tijde de vrijheid hebben om eruit te stappen. En als dat gebeurt, dan is de zorgsector zeker en vast mijn bestemming. Ik heb in die tien jaar ervaren dat het iets is dat bij me past en dat ik kan. Bovendien blijven daar zeer grote noden bestaan.” De jonge John werd op dat kamp bij toeval meteen ook hoofdleider nadat er enige verwarring was ontstaan tussen de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van groep acht en de begeleiding tijdens de nacht. En meteen werd hij geconfronteerd met wat verantwoordelijkheid inhoudt omdat één van de volwassenen uit zijn groep bijna stikte in een stukje appel en hij snel moest handelen om de betrokkene op de spoedafdeling te krijgen. Na dat eerste kamp kreeg John Crombez complimenten van zijn grootmoeder. “Mijn hand was een beetje opengekrabd door de nagel van één van de mensen met wie ik de hele tijd hand in hand had gelopen”, zegt hij. “Mijn grootmoeder vond het een aanleiding om te zeggen dat het toch wel grootmoedig van mij was dat ik een deel van mijn vakantie had gespendeerd aan de begeleiding van gehandicapten. Maar ik had dat kamp nooit als een opoffering gezien, ik had me gewoon geweldig geamuseerd.”

Ook basgitaristen kunnen helden zijn

Ook dat “amuseren” is een woord dat geregeld terugkeert in het discours van de West-Vlaming. Of op zijn West-Vlaams gezegd: “jeunen”. Vooral dan als hij het over muziek heeft. “Ik leerde pas op mijn zeventiende gitaar spelen en kan nog altijd geen noot muziek lezen”, zegt hij, “maar muziek is inderdaad uitgegroeid tot een enorme passie.

Ik kan er bijvoorbeeld erg van genieten om als ik alleen in de wagen zit snoeihard The Ramones uit de boxen te laten knallen. 
” Snel schakelde hij over naar de basgitaar “omdat dit, als je het eenmaal door hebt uiteindelijk wiskunde is.” Toch beantwoordt hij niet aan het cliché dat de basgitarist de “stille” van de groep is, die een beetje in de schaduw blijft staan. “Ik ben in onze eerste groep immers ook de zanger. Het zijn maar de allergrootsten, zoals Sting, die het zingen met de basgitaar combineren”, voegt hij er met een vette zelfrelativerende knipoog aan toe. En de opmerking dat basgitaristen altijd in de schaduw staan van de gitaristen wuift hij meteen weg met de sneer dat “al wie dat zegt maar eens naar een filmpje van tien minuten moet kijken dat de kunsten vertoont van Les Claypool van de band Primus.”

Optreden met Roland

Net als de aandacht voor de zorgsector loopt muziek in ieder als een rode draad door het leven van de rode partijvoorzitter. Zo trad hij aan de vooravond van 1 mei van dit jaar in een Gentse wijk nog samen op met blueslegende Roland. “Die had mij vroeger al eens gevraagd om samen op een podium te gaan staan, maar toen hield ik dat af, omdat ik eigenlijk te veel bezig was met wat “men” daar van zou vinden en vooral omdat ik ook niet onvoorbereid samen met een talent als hij op het podium wilde staan, terwijl hij gewoon zei “let’s have some fun”. Dit keer heb ik spontaan meegedaan. Want het is mij beginnen te dagen dat we

als politici misschien wel allemaal soms te veel bezig zijn met ons imago en onze uitstraling 
. Zelf associeer ik rock & roll eigenlijk alleen met positieve zaken. Daarom heb ik ook meteen toegezegd toen ik de vraag kreeg om deze zomer nog een optreden te doen met de West-Vlaamse groep Revenge 88, die vier keer de finale heeft bereikt in Humo’s rock rally.” Wat Crombez het allergelukkigst zou maken als hij eens een week helemaal voor zichzelf kreeg, ligt trouwens ook in de muzikale sfeer. “Ik moet geen seconde over die vraag nadenken”, zegt hij. “Want een week toeren met John Garcia van de groep Kyuss zou voor mij het opperste geluk zijn. Ik heb al dikwijls de Belgische gitarist Bruno Fevery benijd, omdat die wel de kans heeft gekregen in de groep van Garcia te worden opgenomen.”

John Garcia is een Amerikaans zanger. Zijn stem is onlosmakelijk verbonden met de muziekstroming stonerrock. In 1987, toen hij nog op school zat, begon hij de band Katzenjammer, die als snel werd vervangen door Sons of Kyuss, later verkort tot Kyuss. Uit de zware, verstikkende en dorre Coachella Valley en de mystieke Califorische woestijn errond ontstond deze band zo’n 25 jaar geleden.

Kyuss stond lokaal bekend om zijn “generator parties”, waarbij vrienden werden uitgenodigd om ’s nachts naar een stroomgenerator te komen. De band sloot zijn apparatuur dan aan op de generator en speelden de hele nacht muziek. Kyuss brak niet door, maar in de underground-scene van Californië werd de band wel een begrip. John Garcia was namelijk ooit de frontman van de legendarische stonerrockband Kyuss, een groep die ophield te bestaan omdat de bandleden persoonlijk succes wilden nastreven. Kyuss-gitarist Josh Homme werd daarna wereldberoemd met Queens Of The Stone Age. John Garcia had daarentegen meer moeite om aan te knopen met het succes van weleer. Hij zei: “Ik heb mijn verleden omarmd. Ik denk dat ik trots mag zijn op wat ik bereikt heb, en wil vooral de nummers spelen waar ik van houd, of die nu van Kyuss zijn, Slo Burn, Hermano of van mijn jongste soloproject.”

Buikgevoel en intuïtie om als een padvinder te zien waar je uitkomt

John Crombez voegt eraan toe dat het trouwens niet alleen is als hij moet ingaan op een vraag van Roland of van Revenge 88 dat hij zijn intuïtie of zijn buikgevoel laat spreken. “Ik sta onbevangen in het leven. Een vakantie waarbij al maanden op voorhand vastligt wat ik die bepaalde morgen, die bepaalde namiddag en die bepaalde avond zou moeten doen, zou voor mij gewoon de hel zijn.” Crombez houdt naar eigen zeggen meer van de padvindersmentaliteit. Daar verstaat hij onder dat je met een groep aan een tocht begint zonder te weten waar je eigenlijk zal uitkomen, maar zonder daar ook bang voor te zijn. Dat is voor hem nu ook de leidraad bij het leiden van de partij, waarvan hij vindt dat ze af moet stappen van dictaten die van bovenaf komen. 

“We moeten veel meer bottom-up werken dan in het verleden is gebeurd” 
, geeft hij aan. “Dat heeft ook met de tijdsgeest te maken. Ondernemingen die niet echt klantgericht denken, kunnen het immers ook schudden. Op dezelfde manier moeten we in de politiek echt denken vanuit de noden van de mensen en niet alleen lippendienst belijden aan die aanpak. In plaats van strakke lijnen uit te tekenen, moeten we luisteren en open staan voor ideeën, ook als die van mensen komen van buiten de partij.”

Ook in die uitspraken vinden we een deel van het verhaal van de reis van de held terug: de beproevingen. In het klassieke verhaal kan het zijn dat de held wordt opgeslokt door de walvis, waar hij als het ware opnieuw wordt geboren. Voor politicus Crombez is het besef “

dat als we niet snel starten met anders aan politiek doen, er binnen afzienbare tijd geen politici meer zullen zijn. 
” Dit sluit sterk aan bij wat Paul Verhaeghe scherp verwoordt in zijn boek “Autoriteit”: dat de politici dood zijn maar het zelf nog niet weten. John Crombez zou wel eens de uitzondering kunnen zijn die de regel bevestigt.

Niet alles voor lief aannemen

“In de West-Vlaamse afdeling hebben we al kunnen bewijzen dat zoveel mogelijk luisteren en open staan voor nieuwe ideeën echt werkt en dat het mogelijk is om veel te bereiken als je niet alles voor lief aanneemt als de zogenaamde “hogere machten ” je iets opdringen.” Hij haalt het voorbeeld aan van een grote gasleverancier die in een nieuwe woonwijk automatisch gasleidingen aanlegde, terwijl de huizen van die wijk net zo goed konden worden verwarmd met de restwarmte van een verbrandingsoven in de buurt. “

Als leider van de partij wil ik verhalen vertellen die de mensen doen nadenken
, die hen raken en die er hen van overtuigen dat er altijd mogelijkheden zijn om de zaken niet zomaar op hun beloop te laten.”

Een politieke carrière en stoemelings

Die open geest van de padvindersmentaliteit en het durven nemen van intuïtieve beslissingen, zoals ingaan op een verzoek van Roland om met zijn gitaar op een podium te springen hebben er mee voor gezorgd dat Crombez op zijn 42ste op de voorzittersstoel zit van wat ondanks de electorale terugval van de laatste jaren nog altijd één van de machtspartijen van het land is. “Dit was de allereerste keer dat ik me bewust kandidaat heb gesteld voor een functie”, mijmert hij. “Ik ben wel altijd politiek bewust geweest en, hoewel ik katholiek onderwijs heb gevolgd, heb ik nooit anders dan “rood” gestemd. De allereerste politieke toespraak die ik hoorde was er één van Louis Tobback en die ging over de mogelijke legalisering van softdrugs, waar ik trouwens tegen ben. Omdat ik mijn thesis gemaakt had over fraude, kwam ik in contact met Frank Vandenbroucke. Pas veel later kocht ik een lidkaart en kreeg ik het aanbod om kabinetsadviseur te worden. Geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht ooit met mijn smoel op een verkiezingsaffiche te staan, maar van het een is uiteindelijk toch het ander gekomen.”

De rust zelve maar niet bestand tegen onrechtvaardigheid

Crombez beseft dat de manier waarop hij zijn nieuwe leiderschapsrol invult mee bepalend zal zijn voor de resultaten en dat hij daar ook op afgerekend zal worden. Maar dat boezemt hem kennelijk geen angst in. De man ziet er ook altijd uit alsof hij de rust zelve is.

“Uiterlijk ben ik altijd vrij rustig”, bevestigt hij, “maar innerlijk kan mijn potje behoorlijk overkoken. 
Mijn medewerkers kunnen bevestigen dat ik mij vooral in mijn periode als staatssecretaris voor fraudebestrijding een aantal keer enorm nijdig heb gemaakt op de media omdat die het deden voorkomen alsof wij vanuit onze partij de ondernemers als bandieten beschouwden. Dat was totaal onrechtvaardig en daar kan ik me geweldig over opwinden.”

Geen leider van de oude stempel

De manier waarop hij over het invullen van zijn leiderschapsrol spreekt, verraadt dat hij allerminst een leider van de oude stempel wil zijn die op de vraag “waarom” als enige antwoord “daarom” heeft. Hij heeft als het ware een kompas dat de richting aangeeft maar dat betekent niet dat hij niet de tijd neemt om van veel dingen die hij op zijn pad tegenkomt te leren en er zich door te laten inspireren. “Dat kan net zo goed een ontmoeting met ouders van autistische kinderen zijn”, zegt hij “als een maaltijd die ik mij herinner van de zomerkampen met de mentaal gehandicapten, waarbij alles in het honderd liep, maar waarbij we met vereende krachten toch nog een feestje konden bouwen.”

Bewondering voor de slimste mens

Hij heeft bij zijn deelname aan “De slimste mens” vorig jaar ook met open mond van bewondering gekeken naar Adil El Arbi. “De manier waarop die man gewoon druft uitkomen voor zijn ideeën, ook als hij weet dat hij er misschien heilige huisjes mee zal slopen” is voor mij enorm inspirerend.” John Crombez denkt ook goed na over zijn nieuwe leidinggevende rol. “Had je mij tot enkele weken geleden gevraagd wat leiderschap voor mij betekent”, besluit hij, “dan had ik gezegd dat het inhoudt dat ik de organisatie waarvoor ik nu verantwoordelijk ben naar een hoger niveau moet tillen, maar nu zeg ik dat het betekent er “echt” zijn, en wel in twee betekenissen van het woord: heel toegankelijk en voor iedereen benaderbaar zijn en ook “authentiek” zijn. Ik besef wel dat dit een beetje een uitgeholde term begint te zijn, maar ik vind geen ander woord. Zijn wie ik ben en ten dienste staan van mijn organisatie. Dat zou normaal moeten leiden tot de resultaten die van mij als leider verwacht worden.”

Een groot stuk van het heldenverhaal van John Crombez, moet hij nog schrijven, maar met het partijvoorzitterschap is hij aan een nieuwe reis begonnen waarin hij de inzichten uit zijn eerdere reizen als student en als begeleider van gehandicapten heeft meegenomen om zo aan nieuwe successen te bouwen.



OVER RAF STEVENS

Raf Stevens (46) heeft ruim twintig jaar ervaring in communicatie. Sinds twaalf jaar is hij zelfstandig actief in business storytelling. Raf ondersteunde al tal van bedrijven en organisaties in het vertalen van strategie- en verandertrajecten naar sterke verhalen. Hij begeleidt ook managers in het succesvol inzetten van hun persoonlijke verhaal. Raf is ook de host van de Story Club podcast, een interviewprogramma over storytelling, communicatie en leiderschap.

Maak kennis

Geef een reactie